naar adderpagina

ringslangenpagina

hazelwormpagina

hagedissenpagina

naar hoofdpagina

naar plaatjesroute

vegetatieonderzoek

naar filmpagina

naar filmpagina

PLAATJESMETHODE

bulletKorte beschrijving
bulletStart en werkwijze
bulletHet leerproces
bulletHet plezier.
bullet Discussiepunten
bullet Instructiefilm en links


Korte beschrijving
Het inventariseren van reptielen die onder plaatjes liggen noemen we de plaatjesmethode.Een plaatjesroute bestaat uit 20 groene damwandplaten: 60 x 50 cm , licht, onopvallend, snel opgewarmd door de zon; ze liggen 20 meter uit elkaar in de heide bij een zuidhelling of bij de overgang van hei naar bos , pitrus of grasland. Reptielen hebben warmte nodig. Door hen een kunstmatige schuilplaats, die warmte vasthoudt, aan te bieden, kunnen ze worden opgespoord . Deze methode kan vrijwilligers enthousiast maken voor het monitoren van reptielen. Het lopen van een plaatjesroute neemt minder tijd en lukt ook zonder goed "zoekbeeld" .Men is minder afhankelijk van het weer en ziet meer dieren. Deze methode dient uitsluitend met de instemming van de terreineigenaar en niet in drukbezochte gebieden te worden uitgevoerd van eind maart tot begin oktober. ( Lectuur: "De Levende Natuur", nov.'01 )  

Start en werkwijze  
Tijdens een natuurexcursie vroeg een boswachter ons of we 3 plaatjesroutes wilden lopen Hij ging vervolgens met ons het veld in om te laten zien hoe dat moest: plaatjes voorzichtig optillen , er onder kijken , neerleggen en noteren wat je ziet. Toen ik het nadeed maakte ik fouten: het plaatje met een ruk optillen en - na de inspectie - het plaatje laten vallen. De eerste keer dat we zelfstandig het veld in gingen hadden we mazzel. Onder het eerste plaatje dat ik optilde lag een albino ringslang. Jammer dat ik geen camera bij me had,want onder een plaatje blijven de dieren meestal langer liggen dan in het open veld. Ook leuk als je een film wilt maken. De tweede keer dat ik een plaatjesroute liep had ik een minder leuke ervaring. In het betreffende veld was recent een kudde charolaiskoeien losgelaten en zodra die beesten mij in de gaten hadden kwamen ze als kudde op mij afdenderen. De grond trilde en ik probeerde met vallen en opstaan het raster te bereiken. Als beginneling ben je kwetsbaar. Van lieverlee wordt dat anders , net als het tellen.

Het leerproces
Eerst deden we een klein uur over een plaatjesroute terwijl het nu niet meer dan een half uurtje vraagt. In het begin hebben we zeker dieren gemist: een hazelworm die maar een kleine centimeter staart laat zien of een levendbarende hagedis die snel in de pol naast het plaatje verdwijnt. Ook zagen we in de beginjaren de dieren - die in het vrije veld tussen de platen lagen - nog niet. Nu tellen we die dieren op bij het plaatje dat we het laatst optilden. Bij warm en bewolkt weer zien we soms geen enkel dier onder de plaatjes, maar wel dieren in het veld tussen de plaatjes. Een blanco plaatjesroute levert dan toch waarnemingen op die wij op het routeformulier vermelden.
Stel je voor: het is 30 mei 2007, 10 uur v.m. en 15 °C. De gure wind waait uit het Zuid-Oosten. Het is half bewolkt. Maryan loopt op dat tijdstip een traditionele route en ik een plaatjesroute.Op andere dagen zien we op beide routes altijd wel reptielen. Ik til plaatje 1 op ; het voelt warm aan maar er ligt niets onder. Als ik plaatje 2 optil zie ik een grote ringslang .  Plaatje 3 levert ook een waarneming  terwijl onder plaat 4 de 2 adders liggen, die ik daar al eerder tegenkwam  .In het vrije veld tussen de platen zie ik - in tegenstelling tot andere keren - niets liggen. Plaat 10 laat nog een addertje zien  Ik weet genoeg en fiets naar huis terug. Iets later komt Maryan thuis en vertelt dat ze -na een uur monitoren in het vrije veld- nog geen waarneming heeft. Wij komen tot de conclusie dat kennelijk het weer een rol speelde en dat de koude wind er voor zorgde dat de dieren zich schuil hielden. De plaatjes leveren een schuilplaats die een zekere voorkeur geniet doordat het onder de platen bij half bewolkt weer warm is.

Het plezier
Voor een beginneling is het razend interessant om onder plaatjes te kijken: het verrassingsaspect en het lopen in een stuk natuur waar je geen mensen tegenkomt maar soms wel een ree of een vos, dat voelt byzonder. Je leert beter te monitoren: buiten de plaatjes kan ook een reptiel liggen  En het leeraspect geeft plezier: je leert de soorten kennen als je ze vaker ziet. Je merkt dat een adder anders beweegt dan een ringslang en dat een hazelworm rustig blijft liggen ook al stap je er bijna op  . Voor ons is - na 11 jaar - het lopen van de plaatjesroute een leuke routine; het meeste plezier halen we nu uit het lopen van een traditionele route. Het geeft ons een kick als we maar een glimp van een vluchtend dier opvangen en toch zeker weten welke soort het betreft. Wel gebruiken we plaatjes voor het verzorgen van excursies  : de plaatjes die we dan uitleggen vormen een demonstratieroute. Ook gebruiken we plaatjes om de verblijfplaats van gladde slang of hazelworm op te sporen. Wat we niet doen is de dieren aanraken zoals studenten of wetenschappers soms doen om het dier te meten en te wegen of de kop ter plekke te bestuderen . Voor Dr.Ton Stumpel  (Alterra) hebben wij enkele jaren plaatjesroutes gelopen toen hij de relatie tussen hazelworm en habitat bestudeerde.

Discussiepunten voor onderzoekers en begeleiders van vrijwilligers
a. Maakt een plaatjesroute het leefgebied voor reptielen interessanter, zodat je rond de route na enkele jaren een hogere dichtheid aan reptielen hebt dan elders? Wat betekent dit voor het gebruik van de plaatjesmethode bij wetenschappelijk onderzoek?
b. De 
RAVON (= reptielen, amfibieën, vissen onderzoek Nederland) ziet de plaatjesmethode bij wetenschappelijk onderzoek niet zitten. Is meer onderzoek nodig naar de informatieverzameling door vrijwilligers en de rol van plaatjes , dakpannen of houten planken daarbij ?
c. Welke instructie moeten vrijwilligers, die een plaatjesroute gaan lopen ,krijgen? Kunnen vrijwilligers zonder gedegen training de plaatjesmethode gebruiken?
d. Moet de vrijwilliger ook de dieren buiten de plaatjes tellen? En zo ja, hoe moeten die dieren dan genoteerd?
e. Hoe moeten de plaatjes worden uitgelegd, zodat ook bij zonnig  (heet )  weer kan worden geteld? Welke rol speelt schaduw?
f. Verdrijven de mierennesten onder de plaatjes reptielen of maakt hun aanwezigheid niets uit?


Film en links
a. Voor instructiefilmpje click op Instructiefilm  
b. Zie ook mijn bijdrage aan de  Wikipedia (klik! )
c. De methode staat op de website slangen.nu (klik! )
d. Veel foto's op de website van Jelger Herder Jelger (klik! )

Terug naar natuurpagina